Peter Otten  Mijn artikelen mag u alleen lezen.

< index artikelen

 

KLEREN MAKEN DE MAN … ÉN  DE VOGEL!

 door Peter Otten 

 

Het eerste deel van de titel is een gezegde. Een man is pas echt mooi als hij een keurig pak aan heeft. Mannen zullen dit misschien ontkennen, vrouwen niet, maar die kijken met andere ogen. We laten de man met rust. Dan kan hij er eens rustig over nadenken.

De vogel. De gebraden kip. Die heeft geen veren, die is geplukt. En gebraden. Over schoonheid valt niet te twisten. Over smaak ook niet.

De vogel mét veren dan. Bij vogels gelden andere regels dan bij mensen. Hoewel soms bij vogels man en vrouw er precies hetzelfde uit zien, is doorgaans de man van een fraaier kleed voorzien dan de pop. Andersom dus als bij ons mensen. En dat heeft zijn reden. Ook zijn voordelen. Vrouwen van vogels hoeven niet uitgebreid te winkelen om er aantrekkelijk uit te zien. Dus ga ik verder met over vogels te praten en laat de mens met al zijn eigenaardigheden in mijn verhaal met rust. 

Vaak zien man en pop er exact hetzelfde uit. Ik denk hier bijvoorbeeld aan een ringmus of een spreeuw. Dan geldt dat uitsluitend voor ónze zienswijze en niet voor de vogel in kwestie. Oftewel: schijn bedriegt. De vogel zelf vergist zich niet en ziet meteen met wat voor sekse hij te maken heeft of eventueel dat hij er niets mee te maken wil hebben. Denk aan twee kemphanen of, om geen bedreigde soort te noemen, twee kwartelhanen. Het gaat acuut eróp of erónder.

Poppen zien er vaak onopvallend en saai uit bij vogels. Dat heeft weinig nadelen, maar wel veel voordelen. Hoe onopvallender je bent, hoe beter je kunt ontsnappen aan een vijand. Hij ziet je eenvoudigweg over het hoofd. Dat is mooi meegenomen als je toch al druk bent met nestelen, broeden en jongen verzorgen. Hoef je je ook niet zoveel zorgen te maken. Nee, de man, dat is wat anders: hij ziet er vaak heel opvallend uit en lijkt soms helemaal niet op de pop. Hij pronkt met zijn eigen veren. 

In de biologie noemt men dieren bij wie het geslacht niet eenvoudig is vast te stellen, monomorf, d.w.z. dat er sprake is van één vorm. Verschilt de man van de pop duidelijk in uiterlijk, dan noemt men zo’n dier (seksueel) dimorf: er zijn twee vormen. Kijk naar de haan en zijn kip, of naar de pauw en zijn hen, of naar de huismus bij u in de tuin. Die zijn dimorf. De spreeuw is dus monomorf, de ringmus ook.

Bij voor onze liefhebberij kostbare en tevens monomorfe vogels, is het vaak handig als we het geslacht middels een kunstgreep toch kunnen vaststellen. Bijvoorbeeld door veren te laten onderzoeken. De wetenschap heeft dat probleem op een elegante en vogelvriendelijke manier opgelost. Tegen betaling, maar een kniesoor die daarop let. 

Dus de pop is saai gekleurd. Zij valt op door haar onopvallendheid. Zij is een zoekplaatje in haar omgeving. Zij vlucht niet, maar houdt zich stil, alsof ze weet dat vluchten gevaarlijker is dan blijven. En ze heeft daarbij het beoogde succes. Ze blijft leven en wordt niet opgegeten.

Anders is het bij de man. Hij moet zich waarmaken. Hij pronkt met zijn schoonheid en probeert indruk te maken op een vrouwtje. Met wisselend succes, want alle mannen zijn mooi, maar sommige zijn toch nog nèt iets mooier dan andere. Hoe schoner, hoe meer kans: kleren maken de man. 

Veren maken de vogel. Soms in een schitterende verschijning. Soms ook verbluffend saai. Maar altijd wekt het kleed van de vogel verwondering. De volmaakte schoonheid. Maar dat is nog lang niet alles …

Veren geven de vogel namelijk veel meer dan schoonheid alleen. Ze geven warmte. Ze maken het vliegen mogelijk, of het zwemmen. Of alle drie. Of de twee laatste. Kortom, een wonder van de eerste orde.

Dat veren een vogel warm houden, of droog, zal ons zeker bekend zijn. Veren hebben een groot isolerend vermogen, dat weten we van ons donsbed. Is het niet zo erg koud, of zelfs warm, dan liggen de veren vlak tegen het lichaam en isoleren dan minimaal. Bij koude gaan de veren overeind staan, bevatten dan veel lucht en hebben een maximaal isolerend vermogen; een dikke deken. In de winter is dat niet alleen mooi meegenomen, maar ook bittere noodzaak. Een kwestie van overleven. Vogels hebben aldus een deken van variabele dikte, die altijd de nodige bescherming tegen de kou biedt.

Doordat de vogel bij het poetsen vet uit de stuitklier op de veren uitsmeert, wordt de veer ook waterafstotend. Daardoor blijft hij droog en de druppels rollen eraf als bij een auto die pas in de was is gezet. Daardoor blijft de isolerende werking intact en ook de mogelijkheid om te vliegen blijft bestaan.

Eenden kunnen zo ook in ijskoud water warm blijven en zwemmen. Ze blijven ook drijven zelfs als ze slapen. Ze vliegen zó op uit het water als dat nodig mocht zijn.

Enkele voorbeelden lijken me het vermelden waard. De ijsvogel, die leeft van zwemmende dieren als vissen, duikt bij het jagen helemaal onder, grijpt een vis en klimt zo weer uit het water, zonder nat geworden te zijn. De Jan van Gent kan zelfs prooien achterna zwemmen en toch weer op eigen kracht uit het water komen. Ook de visarend gaat dikwijls zowat helemaal onder en komt met een vaak flinke vis weer vliegend uit het water. Een imposant gezicht! Uiterste specialisatie dus bij deze vogels. 

Bij pinguïns is het vliegvermogen volledig verloren gegaan. Ze kunnen uitstekend zwemmen, blijven lang onder water, maar lopen niet erg gemakkelijk. Ze hebben naast hun waterdichte verenpak een flinke speklaag, die helpt tegen het ijskoude water. Dat ze niet kunnen vliegen heeft geen gevolgen voor het succes van deze vogel. De aanpassingen werken echter alleen in de biotoop waarin ze leven.

De meeste vogels kunnen goed vliegen en vaak zelfs uitstekend. Daardoor kunnen ze zich snel verplaatsen op zoek naar eten of slaapplaats. Er zijn ook vogels die vliegend hun eten vangen, zoals zwaluwen en roofvogels. Het is ook nodig om ver weg te trekken, zoals bij trekvogels die in de winter op een heel andere plaats leven dan in de zomer. Daarbij worden vaak enorme afstanden afgelegd van duizenden kilometers.  

Veren zijn een groot wonder. Veren hebben ook een enorme slijtvastheid en taaiheid, maar uiteindelijk zijn ze toch een keer versleten. Dan komt de rui. Alle, of een deel van de veren, worden volgens een voor elke vogel vast plan vervangen, zonder dat het vliegvermogen ernstig wordt aangetast. Sommige vogels ruien zelfs twee keer per jaar, afhankelijk van de aard van het beestje. Eenden doen het wat anders: ze ruien alle vleugelpennen in een keer en verblijven tijdens die gevaarlijke tijd op het water. Dat is voldoende veilig.

Een veer bestaat uit een spoel die gedeeltelijk in de huid is verankerd. Hij gaat over in de schacht. Aan de schacht zit de vlag, of eigenlijk de vlaggen: een binnen- en een buitenvlag. Een vlag bestaat uit baarden. Baarden dragen weer de baardjes en die baardjes grijpen in elkaar door de haakjes die eraan zitten. Een vlag die openstaat, gaat weer dicht als de vogel zich poetst. Perfect van ontwerp, perfect in het gebruik.

De veer is ook gekleurd. Bij een bloem is het verbazingwekkend dat hij uit een knop kan ontstaan. In de knop is alles al volledig voorbereid: de bloem vouwt zich keurig open. Een veer groeit uit huid. Het is daarbij verwonderlijk dat er niet alleen een veer ontstaat, maar ook dat allerlei kleuren en vlekken ontstaan.

Die vlekken worden bij de groei met vooruitziende blik over de veer verdeeld, immers bij die groei wordt de kleur zo verdeeld dat hij later precies op de goede plaats, in de juiste vorm en in de juiste kleur wordt gemaakt. Dat lijkt simpel, maar het is niet te geloven dat opeenvolgende baarden elk in dezelfde kleur worden gemaakt én dat die kleur bij elke opeenvolgende baard net iets verder reikt of net iets minder ver.

Ik kan zo lang naar de veer van een uil kijken om te  proberen te begrijpen hoe zoiets kan groeien. De afscheiding tussen de vlekjes is ook nog eens scherp afgetekend. Een eksterveer lijkt me ook heel geschikt om er eens een uurtje over na te denken. 

Ik denk niet dat u veel aan mijn verhaal zult hebben in de praktijk van de vogelkweek en het tentoonstellen. Dat was ook niet mijn bedoeling. Misschien kijkt u nu met andere ogen naar een zo doodgewone veer. Ik geef tot slot nog een tip.

Een vuile veer wordt in water schoon, dat zal wel bekend zijn, maar een kromme veer wordt in datzelfde water weer recht! Voor de vogel van levensbelang, voor u van voordeel. Badwater is bittere noodzaak. Regen is ook prima.

 

<< index artikelen