Peter Otten  Mijn artikelen mag u alleen lezen.

<< index artikelen

 

 

Natuur…….Puur, of uit een pakje? door Peter Otten

 

Rare titel? Misschien wel.

De vraag luidt: geven we onze gevederde vrienden natuurlijk voer,

of troosten we ons én onze vrienden met kunstvoer uit een pakje?

Fastfood (nepvoedsel) oftewel McDonald’s voor vogels … 

 

Waar gaat het over? Eerst een herinnering van mij zelf: Mijn grootvader voerde het kroost van zijn kanaries een hardgekookt ei met drie beschuiten. De dierenarts had hem verteld dat de verhouding zó moest zijn en niet anders. Plus een beetje vogelmuur (mier zegt iedereen). Alleen de naam zegt al dat vogels er verzot op zijn. De kanaries - het waren Harzers, zangkanaries dus - kwamen zonder problemen groot en leefden lang en gelukkig. En ze zongen dat het een lieve lust was. Zat er een foute noot tussen, dan gooide mijn opa met zijn sleutelbos. Een beproefde opvoedkundige maatregel. 

Ik herinner mij dat ik vele jaren later een kanarieman kreeg van mijn oma, zijn weduwe. Die kanarie was op het moment van overdracht al minstens tien jaar oud. Ik had er lang om moeten zeuren. Het beest heeft nog jaren bij mij in een volière gezeten en verwekte op hoge leeftijd nog tientallen nakomelingen. Hij eindigde zijn leven door het ingrijpen van een kat, die overigens korte tijd later ook het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde. Dat kwam zo: ik ving de kat (ik was toen een jaar of tien) en vervoegde me bij de eigenaar om schadevergoeding te bedingen. Dat dreigde niks te worden, want, zo betoogde de eigenaar, dat kon hún kat niet geweest zijn. Ik ging er daarom vanuit dat deze mensen niets om hun kat gaven. Voor mij was de dood van mijn kanarie een erg ingrijpende gebeurtenis, waarvoor de eigenaar van de kat kennelijk geen enkel begrip kon opbrengen. Hij had helemaal niets met dieren op en dus zeker niet met mijn kanarie, die in feite een erfstuk was. Ik ben over het verlies van de kanarie eigenlijk nooit meer heen gekomen… Wat ik wil zeggen is, dat het beest met de toenmalige verzorging, géén voer dus uit een pakje, misschien wel honderd was geworden, als die kat niet op het toneel was verschenen. 

Ik herinner mij ook nog dat mijn andere opa kwartels ving. Dat was toen nog een bezigheid waarvoor de medemens begrip kon opbrengen. Wat waren dat heerlijke tijden! Af en toe probeerde hij een nestje met deze beesten te fokken - ik heb het van geen vreemden - en gaf de borelingen, jawel, ei met beschuit en wat zelfverzamelde miereneieren. En wat vogelmuur. Wat een feest! De gefokte beestjes werden als ze groot waren losgelaten en waarschijnlijk aan het andere eind van de Middellandse Zee het zelfde jaar nog opgegeten. Mijn opa ving alleen een nieuwe kwartel als dat nodig was. Zo ging dat toen. En in augustus liet hij hem weer los. 

Terug naar de hamvraag. Immers, wat is er gebeurd dat iedereen tegenwoordig uit een pakje voert en daar - overigens volgens oer-Nederlands gebruik - van alles bijmengt? Komt dat door gemakzucht of door de verlokking van het grote geld? Of is het de Nederlandse creativiteit? We zijn immers de Japanners van Europa! Als je met de juiste vogels fokt op voldoende grote schaal en je hebt een beetje resultaat dan heb je je loon of pensioen bij wijze van spreken niet meer nodig. Bio-industrie in het klein zogezegd. Ik heb over een fokker gehoord die 30.000 Euro overhield aan zijn “liefhebberij”: het fokken van zeldzame mutanten van Europese cultuurvogels. Dus dat is de opbrengst met daarvan afgetrokken alle gemaakte kosten. Goede handel dus en het was van belang dat elk ei een duur te verhandelen jong opleverde. Succesrijk voer was dus een bittere noodzaak. 

Hieruit spreekt enige frustratie. Ik ben altijd kampioen geweest in het kiezen van de “verkeerde” vogels om ermee te fokken. Ik heb altijd dát willen hebben wat niemand had … om er later steevast achter te komen dat dus ook niemand mijn fokproducten wilde kopen. De lastige keerzijde van mijn excentrieke wensen. Het heeft me geen geld, maar wel heel veel vreugde opgeleverd en dat is ook niet niks. 

Opnieuw terug naar de centrale vraag. Het voer dus. Ik herinner me een man die in de jaren vijftig een merel in een veel te kleine kooi hield en deze vogel uitsluitend voerde met Piet Sluis universeelvoer. Dat kostte toen, meer dan vijftig jaar geleden, 65 oude centen per pakje voor een week. Een kapitaal dus want een arbeider beurde toen vijftig gulden in de week. De vogel had staart- noch vleugelveren, zong zich van ellende te barsten en herkreeg in de nazomer zijn vrijheid. Het volgende voorjaar keek hij wel uit, want hij was inmiddels wijs geworden. Ook hij leefde naar alle waarschijnlijkheid nog lang en gelukkig, immers hij had, óók volgens Piet Sluis, het juiste voer gekregen en bovendien waren de roofvogels door DDT en dergelijke al lang nagenoeg verdwenen.
Piet Sluis zei: “Voor iedere vogel het juiste voer”. Logisch, want hij maakte het zelf en moest van de winst leven. En er kwam een nieuw beroep: voedingstechnoloog. Een dergelijke geleerde wist en weet alles van voer en ook van eten voor mensen. Alles wat dier en mens nodig hadden raakte binnen de kortste keren bekend en iedereen praatte maar en niemand luisterde. Na het kant-en-klaar eivoer deed de pre-mix zijn intrede. (Dit is is wat men toevoegt aan het zelfgemaakte eivoer; het corrigeert, naar men zegt, alle fouten die je met je eigen voer misschien gemaakt hebt).

Zoiets dus als met mijn zelfgemaakte soepje: een beetje van mezelf en een hoop van Maggi. Nóg beter dan kant-en-klaar uit een pakje. En de mens blaakte van eigenwaarde. Hij schiep zijn eigen wereld met zijn eigen soep en zijn eigen eivoer. Hij had grip op de zaak, hij koesterde zijn geheimen en het grote geld kon verder binnenstromen. 

Helaas bleek telkenmale in dat pakje of in de pre-mix niet alles te zitten wat erin zou hebben moeten zitten. Een soort Mc.Donald’s in het klein, maar niet minder dramatisch. Telkenmale werd het kant-en-klare product toch weer stevig aangepast en nóg beter gemaakt (minder slecht), omdat het helemaal niet zo ideaal bleek als steeds beweerd was. Zodoende bleef het nieuw  samengestelde voer steeds opnieuw weer het beste dat er te krijgen was. De kweker had steeds een worst voor zijn neus hangen.

Wij vogelfokkers wisten natuurlijk al lang dat het veel beter kon en mengden bij alle voer uit een pakje en ná de pre-mix toch weer van alles bij en dit geheim van de smid mocht niemand anders weten; het zou de spoeling immers dunner maken. Het was ruim voldoende als we zelf op de hoogte waren. Onze medicijnkast dijde steeds verder uit omdat door het toch weer niet ideaal gebleken eigen bereide voer vele ziekten en kwalen de kop opstaken. Die moesten te vuur en te zwaard bestreden worden en dat leverde voor de producenten van die medicijnen weer voldoende op om de zaak in stand te houden. Niemand werd er slechter van en iedereen rekende zich rijk. Zelfs zoutzuur werd ingezet ter genezing en wel in een oplossing van een normaal en niemand wist dat dit betekende dat er 6 met drieëntwintig nullen erachter deeltjes (moleculen) zoutzuur in een liter water zaten. (= 36.5 gram om het eenvoudig te houden). 

Een aantal bedrijven zag de bui op tijd hangen en ging potten fabriceren met aanvullende voedingsproducten (supplementen, die doe je er dus later bij of je stopt ze in het drinkwater) op wetenschappelijke basis, maar dat was niets nieuws, immers bij ons én in België wordt alles geproduceerd op wetenschappelijke basis. Dat zegt natuurlijk niet erg veel. Niet de basis van het spul moet goed zijn, het spul zélf moet aan alle verwachtingen voldoen. Loze kreten maken het product niet beter. Dat hadden we kunnen weten. Toch is de omzet in deze producten gigantisch groot en velen willen dat dit zo blijft, vooral de producenten. Vogels kunnen niet praten en de keurmeester vraagt niet wat het beest in kwestie zoal te eten heeft gehad. Hij keurt de vogel en opent bij een gunstig oordeel zo wél de weg tot geldelijk gewin. En ook dat willen de meesten zo houden. Zelfs de fokkers. Wat een heerlijke wereld! 

Niettemin is het nog steeds zo dat een aantal mensen, naast zaden uit de winkel, de rest van het voedsel uit de natuur haalt. Groenvoer, scharreleitje, ambachtelijk brood of beschuit, halfrijpe zaden, weideplankton en dit alles aangevuld met al of niet biologisch geproduceerde voedseldieren (biologisch–dynamische scharrelpieren, krekels en dergelijke). Miereneieren waren natuurlijk het beste van het beste, maar bosmieren en enige erop lijkende mieren, zijn op dit ogenblik zwaar beschermd. Gelukkig zijn pinkies momenteel nog niet beschermd, hoewel je ze natuurlijk niet moet kweken op de overleden kat van de buren. U zult het niet geloven, maar ik heb dit bij een welbekend kweker met eigen ogen aanschouwd! Deze man ging er kennelijk van uit dat scharrelvlees beter was om deze maden op te kweken dan wat slachtafval uit de bio-industrie of rottend visafval. 

Ook ik heb geëxperimenteerd dat de stukken eraf vlogen. Het bleek dat het voer dat de vogels in de natuur aten ook in de volière de beste resultaten gaf. Ik was dan wel niet bezig met cultuurvogels te creëren, maar dat was ook niet nodig want niemand toonde interesse in gecultiveerde merels, spreeuwen, eksters, gaaien, kauwen. Zelfs niet in de meest geavanceerde kleuren zoals spierwit en opaal. Laat staan bruin. Levend voer was bij deze vogels het toverwoord en de bodem van mijn beurs bleef constant zichtbaar. De kweek verliep uitstekend en aspirant-kopers vonden zonder uitzondering dat ik veel te veel voor mijn jonge vogels vroeg. Daarin verschilden ze met mij grondig van mening. 

Waar ik nu eigenlijk bij uit wil komen is dat liefhebbers die hun spullen uit de natuur halen niet dommer en ook niet slimmer zijn dan hun collega’s die voornamelijk kant-en-klaar maaltijden aan hun vogels voorzetten. Toch gaan ongelooflijk veel artikelen, óók in ons blad, over het al dan niet zo natuurlijk mogelijk voeren van onze vogels. En terecht, want we weten inmiddels dat confectie eten bij mensen allerlei kwalen veroorzaakt. Bij vogels zal dat niet anders zijn. 

Er is een groot verschil tussen ons en onze oosterburen. Niet alleen beginnen zij steeds alle belangrijke oorlogen, maar ze houden hun vogels ook op een heel andere manier dan wij. Ze bouwen een BIOTOP-volière, houden de vogels ARTGERECHT, voeren ze NATURGEMÄSZ en hebben daarbij ook nog eens uitstekende resultaten. Tegen Duitse prijzen. Ze fokken vogels als wielewalen, bijeneters, hoppen, klapeksters, rode en blauwe rotslijsters etc. Ze houden niet zo van mutaties en dus meer van de puur natuurlijke kleuren, kortom ze hebben hoe dan ook een verschrikkelijk mooie manier van vogels houden. 

Wat hier helemaal niet op lijkt is het bio-industriëel produceren van zoveel mogelijk Europese cultuurvogels als maar mogelijk is en alles grootgebracht onder de kanarie. En met voer uit de fabriek. En zelfs soms nog met verstrekking van hormonen die de werkelijk kingsize goudvink of putter (zo groot als een patrijs) binnen handbereik brengen. Ik gun ieder zijn opvattingen, maar ik geef toch de voorkeur aan een andere manier van vogels houden. Het stof dat ik doe opwaaien gaat ook wel weer liggen en de zere tenen doen over enige tijd ook geen pijn meer. Ik denk ook niet dat er veel zal veranderen door dit artikel.

En dat hoeft ook niet. Er zijn vele wegen die naar Rome leiden en dat zal ook best gelden voor onze geliefde vogelhouderij. Commentaar mag en is zeer welkom! Dan kunnen we misschien eens een aardige boom opzetten.

 

<< index artikelen